CASE:
rechten beroemd naaktmodel na poseren tijdens beurs

wat met je rechten wanneer je naakt poseert op een beurs, erna door een schandaal beroemd wordt en daarna foto's van op die beurs gepubliceerd worden


rechten beroemd naaktmodel na poseren tijdens beurs

Duiding » lees BBC artikel

Muriel "Fily" Mol-Houteman, een Belgische stripper en voormalig Miss Topless Belgium, werd wereldberoemd als oorzaak van de scheiding tussen Prinses Stéphanie van Monaco en haar toenmalige echtgenoot Daniel Ducruet. Doordat een foto van laatstgenoemde in de armen van Fily de wereld rond ging, vormde dit een bewijs voor bedrog en werd op 4 oktober 1996 de scheiding uitgesproken.

Fily werd later door Ducruet vervolgd omdat die ervan uitging dat het nemen van de foto opgezet spel was, waarbij Fily samenspande met de fotograaf om zo bekendheid te verwerven. Uiteindelijk werd ze veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijk, terwijl de fotograaf Stéphane de Lisiecki en zijn assistant Yves Hoogewys werden veroordeeld tot een jaar voorwaardelijk en een boete van €21.500.

Beschrijving case

De case hieronder is indirect gelinkt aan de affaire hierboven, op een moment dat Fily wereldwijd een vaak opkomend gespreksonderwerp is. Fily voert aan dat in het tijdschrift Penthouse, nr 12 van december 1996, een over 6 bladzijden gespreide reeks van foto’s werd gepubliceerd waarop zij gedeeltelijk dan wel geheel naakt werd afgebeeld. Zij houdt voor dat deze publicatie zonder haar toestemming gebeurde en daardoor met miskenning van haar recht als geportretteerde.

Standpunten van partijen

Naast de miskenning van haar recht als geportretteerde voert Fily daarenboven aan dat de publicaties van voormelde foto’s gepaard gingen met een denigrerende en beledigende commentaar met betrekking tot een reeds eerder in de publiciteit gekomen liefdesscène tussen haarzelf en Daniel Ducruet, toentertijd nog de echtgenoot van Prinses Stéphanie van Monaco. Zij beweert daardoor schade geleden te hebben. Volgens Fily is de uitgeefster met toepassing van art. 1382 van het Burgerlijk Wetboek gehouden tot schadeloosstelling. Haar vermengde morele en materiële schade begroot Fily op €24.789,35.

De uitgeefster werpt op dat de foto’s in kwestie genomen werden in mei 1996 op het Salon van de Fotografie te Gent, waar Fily poseerde om de bezoekers de gelegenheid te geven haar in erotische poses te fotograferen. Volgens de uitgeefster impliceerde de specifieke toestemming tot portretteren, die uitging van een professioneel fotomodel zoals Fily, ook de stilzwijgende toestemming om minstens eenmalig de afbeeldingen te publiceren. Fily zou niet aantonen dat enig voorbehoud werd gemaakt of enige beperking aan de fotografen werd opgelegd. De uitgeefster betwist dan ook dat de gewraakte publicatie een schending zou inhouden van het recht op afbeelding van Fily. De uitgeefster wijst er bovendien op dat het onderwerp van de begeleidende teksten verband houdt met de professionele activiteit van Fily als naaktdanseres en fotomodel en inzonderheid met het voormelde avontuur waarin zij zich met miskenning van andermans privé-leven stortte en waaraan zij zelf met opzet ruime publiciteit verleende. Daardoor zou blijken dat de besproken affaire het publieke en professionele leven van Fily raakte en buiten haar persoonlijke levenssfeer bleef. Daarenboven is het gebruik van de taal en de stijl van de teksten, volgens de uitgeefster, kenmerkend voor mannenbladen zoals Penthouse. Hierdoor zou Fily zich niet beledigd kunnen voelen.

De eerste rechter oordeelde dat de publicatie zonder de toestemming van Fily tot het exploiteren van haar afbeelding gebeurde. De hierdoor voor Fily voorkomende schade werd bij gebrek aan concrete gegevens begroot op €0,02. Het beledigend karakter van de begeleidende teksten en de desbetreffende inbreuk op het privé-leven van Fily werden niet bewezen geacht.

Beoordeling

- de schending van het recht op afbeelding door de exploitatie

Volgens art. 10 Auteurswet heeft de auteur, de eigenaar van een portret of enig ander persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, niet het recht het te reproduceren, of aan het publiek mede te delen zonder de toestemming van de geportretteerde. Deze toestemming moet in de regel voorafgaand aan de reproductie of aan de mededeling aan het publiek worden gegeven en geniet een beperkende interpretatie zowel wat de afbeelding betreft waarop de toestemming in het bijzonder slaat als wat het gebruik betreft dat men ervan wil maken.

De uitgeefster meent dat de toestemming van Fily bewezen wordt door een vermoeden dat steunt op volgende feitelijke vaststellingen: enerzijds is Fily een professioneel fotomodel en zij heeft voor de foto’s in kwestie geposeerd in de uitoefening van haar beroep, en anderzijds werden de foto's genomen op een als openbaar te beschouwen plaats, namelijk op het Salon van de Fotografie te Gent. Ongetwijfeld toont de uitgeefster aan dat de toestemming van Fily om te worden gefotografeerd hierbij moet worden vermoed. Ten onrechte leidt de uitgeefster hieruit echter af dat ten gevolge daarvan de bewijslast verschuift en dat het dan Fily behoort te bewijzen dat haar toestemming beperkt was tot het nemen van foto’s. Ook de vermoede toestemming van een persoon die omwille van zijn professionele activiteit op een openbare plaats uit zijn intimiteit treedt, blijft onderworpen aan een restrictieve interpretatie. De toestemming tot het maken van een foto impliceert nog geen toestemming tot het reproduceren van het portret of tot de mededeling daarvan aan het publiek, m.a.w. tot het exploiteren van het portret. De uitgeefster blijft gehouden te bewijzen dat Fily haar toestemming tot de publicatie van de foto’s in het tijdschrift Penthouse gaf. De uitgeefster voldoet aan deze bewijslast niet.

De uitgeefster haalt wel aan dat zij de foto’s kocht langs de gebruikelijke kanalen, te weten door tussenkomst van persagentschappen. Zij toont aan voor de zogenaamde “rechten van publicatie” voor een éénmalige Nederlandse en een éénmalige Duitse uitgave een som van 7050, - NLG betaald te hebben aan de b.v. Transworld Features Holland. Deze laatste zou de rechten verworven hebben van het Franse persagentschap Imapress. Deze betaling bewijst op zich nochtans de toestemming van Fily niet. Het is niet aangetoond dat de betaling op meer betrekking had dan op de reproductierechten, zijnde de rechten van de auteur van de foto’s. Het recht van de geportretteerde is te onderscheiden van de auteursrechten van de maker van de afbeelding. Het kan voor de uitgever, zoals de uitgeefster, in sommige gevallen wel moeilijk zijn om na te gaan of de geportretteerde toestemming tot exploitatie van zijn afbeelding gegeven heeft, vooral dan wanneer de uitgever de afgebeelde persoon niet kent. Dat neem echter niet weg dat het wel degelijk de uitgever is die tot exploitatie van de afbeelding overgaat en daarmee een inbreuk pleegt op de rechten van de geportretteerde. Het staat de uitgever dan vrij zijn belang eventueel te laten vrijwaren door degene die hem de zogenaamde rechten heeft overgedragen. De uitgeefster slaagt er niet in aan te tonen dat zij de zogenaamde rechten verwierf van degene die over de toestemming van Fily tot het exploiteren van de afbeeldingen kon beschikken noch dat in de verworven rechten deze toestemming van Fily begrepen was.

De uitgeefster voert nog aan dat Fily zichzelf door de affaire Ducruet in de actualiteit van algemeen belang had gewerkt en dat het exploiteren van afbeeldingen van een dergelijk persoon in haar professionele activiteit geen schending van haar privé-leven kan zijn. Het is onmiskenbaar zo dat de privé-sfeer van publieke figuren of van personen die van het optreden in het publiek hun beroep hebben gemaakt kleiner is dan deze van de doorsnee burger. Het is aan te nemen dat het publiceren van naaktfoto’s van een fotomodel dat van zo’n foto’s een professionele activiteit maakte, de intimiteit van dat model soms helemaal niet, soms slechts in mindere mate verstoort. Dit is des te minder het geval wanneer een fotomodel, zoals hier, in het publiek, met name op het Salon van de Fotografie, naakt poseert om zich te laten fotograferen door omstaanders. Zij is aldus zelf buiten de perken van haar intimiteit getreden en heeft zich overgegeven aan ieders blikken. Het kan dan ook bezwaarlijk aangenomen worden dat Fily een vergoeding zou eisen op grond van de schending van haar persoonlijkheidsrechten, inzonderheid van haar intimiteitsrecht. Daaraan staat evenwel niet in de weg dat de schending van het recht op afbeelding het professioneel model wel degelijk schaadt in een ander aspect van het portretrecht, te weten ter zake van de prestatiebescherming of wat de rechten op vergoeding voor de geleverde prestaties betreft. Dit geldt ook voor Fily. De gewraakte publicatie van de uitgeefster is gebeurd met miskenning van het recht op afbeelding van Fily, die daaruit een recht op vergoeding put.


- Aquiliaanse fout door de afbeelding met een beledigende begeleidende tekst

Fily houdt voor dat de uitgeefster niet is opgetreden zoals een normaal voorzichtig en redelijk uitgever in dezelfde omstandigheden zou doen door bij de naaktfoto’s een tekst te publiceren waarin gerefereerd wordt naar de affaire Ducruet en haar het imago aan te meten van “schandaalmeisje” en “seksheks”. Fily beweert hierdoor moreel geschaad te zijn.

De begeleidende tekst handelt over de affaire Ducruet. In deze zaak blijkt Fily zich in de belangstelling van een zeer groot deel van binnen- en buitenlandse pers te hebben gewerkt door haar rol in het schandaal dat is ontstaan omtrent haar relatie met Ducruet. In die omstandigheden kan Fily de uitgeefster niet aanwrijven te weinig zorgvuldig te zijn omgesprongen met haar persoonlijkheidsrechten en privé-leven, die zij door haar eigen optreden zelf ten zeerste heeft beperkt. De voormelde bewoordingen liggen in de sfeer van dit schandaal en behoren tot het gebruikelijke geforceerde taalgebruik van dergelijke tijdschriften. Ze zijn bedoeld om de aandacht van de lezer te vatten en zijn verbeelding te prikkelen zonder dat ze door de uitgeefster bedoeld zijn en door de lezers kunnen worden opgevat als een moreel oordeel over de persoon van Fily. Fily bewijst de beweerde fout van de uitgeefster wat de begeleidende tekst betreft niet.


- de schade

Zoals voormeld bewijst Fily enkel schade door het verlies van een kans op vergoeding voor de prestaties die zij leverde als fotomodel. Normaal vermag zij haar toestemming tot mededeling aan het publiek van haar afbeelding afhankelijk te maken van een vergoeding. Door de schending door de uitgeefster van het portretrecht van Fily heeft zij deze kans op vergoeding verloren. De eerste rechter heeft reeds vermeld dat Fily in gebreke bleef aanduidingen te geven omtrent de omvang van de in de sector gebruikelijke vergoedingen. Fily spreekt wel van “een miljoenengage” (in Belgische frank) en vordert €24.789,35 zonder in hoger beroep meer concrete cijfermatige aanwijzingen te geven. Haar eis komt fel overdreven voor. Daaraan staat niet in de weg dat de schade van Fily zeker is en naar omvang ex aequo et bono kan begroot worden op €2.478,93.

Uit wat voorafgaat blijkt dat het hoger beroep van Fily slechts zeer gedeeltelijk gegrond is, en het incidenteel beroep van de uitgeefster ongegrond voorkomt.

Vonnis

Het hof
verklaart het hoger beroep van Fily toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond,
wijzigt het beroepen vonnis,
verklaart de oorspronkelijke eis van Fily gedeeltelijk gegrond,
veroordeelt de uitgeefster tot de betaling aan Fily van de som van €2.478,93, vermeerderd met de moratoire interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf heden tot op de dag van gehele betaling,
wijst het meer gevorderde af,
verklaart het incidenteel beroep van de uitgeefster toelaatbaar maar ongegrond,
verwijst de uitgeefster in de gedingkosten in beide aanleggen aan de zijde van Fily vereffend op €342,76 dagvaardingskosten eerste aanleg, de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg van €304,91 , het rolrecht in hoger beroep van €185,92 en de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van €446,21.

Het HOF VAN BEROEP, Antwerpen, eerste kamer
In zake: 2000/AR/2709
Dit vonnis is gewezen door Hr Bertrand en Hr Wetsels (voorzitters) en in tegenwoordigheid van Hr Peeters (raadsheer) en Hr Van Ingelgem (advocaat-generaal) en de griffier in het openbaar uitgesproken op 05 mei 2003.

Wil je weten wanneer nieuwe artikels geplaatst worden?
Schrijf je in op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

enkele cases

in de media

Huffington Post
Jos Brech
sigaretten waarschuwing
Verstappen
Facebook
Gwyneth Paltrow
Bart De Wever
politie filmen
Gents voyeur
Dries Mertens
Tinder