Paparazzi vs prinses Caroline van Monaco

De formulering van artikel XI.174 van het Belgische Wetboek Economisch Recht, dat het portretrecht behandelt, laat in principe weinig ruimte voor beperkingen: "De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden." Dit houdt bijvoorbeeld in dat een fotograaf niet zomaar het recht heeft om een foto te publiceren.

Toch wordt aan deze absolute formulering afgedaan door rechtspraak en rechtsleer, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de portretrechten van beroemdheden. Op internationaal niveau speelt dezelfde tendens. In dit artikel wordt met name gekeken naar hoe het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omspringt met deze materie, aan de hand van de zaak von Hannover tegen Duitsland (Nr. 3), d.d. 19 maart 2013.

De bovengenoemde zaak gaat over Caroline van Monaco, prinses van Monaco en door huwelijk prinses van Hannover, die in 2002 vaststelde dat een tabloid een artikel met een uitgebreide uiteenzetting van haar buitenverblijf in Afrika had gepubliceerd. Bovendien was in het artikel ook een vakantiefoto van haar en haar man toegevoegd. Na lang procederen werd Caroline van Monaco aanvankelijk in het ongelijk gesteld door de Duitse rechtbanken (Bundesgerichtshof en Bundesverfassungsgericht).

De Duitse rechtbanken oordeelden dat, aangezien de prinses een publieke figuur is, het recht op privéleven van de prinses in casu niet opwoog tegen de vrijheid van meningsuiting van de uitgever. Ontevreden met deze uitkomst, leidde Caroline van Monaco deze zaak in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Caroline van Monaco is zo ongeveer een "vaste klant" bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat reeds in twee andere zaken principe-arresten uitsprak i.v.m. foto's van de prinses die zonder haar toestemming gepubliceerd werden.

In dit arrest maakte het EHRM de afweging tussen de vrijheid van meningsuiting van de uitgever (gewaarborgd door artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)) en het recht op privacy van Caroline van Monaco (gewaarborgd door artikel 8 van dit verdrag). Het noemde hiervoor de criteria op die met deze belangenafweging gepaard gaan.

Deze criteria zijn de volgende:

- levert het artikel al dan niet een bijdrage aan een debat van algemeen belang
- hoe bekend is de persoon in kwestie
- wat is het onderwerp van het artikel
- wat is het voorafgaande gedrag van de beroemdheid in kwestie
- wat zijn de inhoud, vorm en gevolgen van de publicatie
- wat zijn de omstandigheden waarin de foto’s zijn genomen

Deze belangenafweging en deze criteria komen ook terug in andere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, bijvoorbeeld in de zaken Von Hannover (no. 2), §§ 109-113; Axel Springer AG, §§ 90-95; en Couderc & Hachette Filipacchi Associés, § 93.

Uiteindelijk volgde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn uitspraak de inhoudelijke redenering van het Duitse Bundesgerichtshof en Bundesverfassungsgericht, die stelden dat terwijl de foto (van de prinses en haar echtgenoot) op zichzelf weinig informatieve waarde had, het artikel wel bijdroeg aan een debat van algemeen belang, namelijk een reportage i.v.m. een trend bij beroemdheden om hun buitenverblijven te huur aan te bieden. De foto die bij het artikel gepubliceerd werd moet in die context bekeken worden, en draagt zo ook bij aan een debat van algemeen belang. Het was dan ook gerechtvaardigd om bij het artikel een foto te publiceren van de eigenaars van het buitenverblijf. Het Hof benadrukte het feit dat de prinses en haar echtgenoot publieke figuren zijn, die niet op dezelfde manier als 'onbekende' personen de bescherming van hun recht op privéleven (waaronder hun portretrechten ook vallen) kunnen eisen.

Men zou kunnen zeggen dat het Hof hier vrij ver gaat in het beschermen van de vrijheid van meningsuiting van de uitgever, vooral wat betreft de interpretatie van het criterium van de "bijdrage aan een debat van algemeen belang". Toch lijkt dit vaststaande rechtspraak van het EHRM, dat in dit soort zaken vaak op dezelfde manier oordeelt. Dit werd nog bevestigd in 2016, in de zaak Sihler Jauch en Jauch tegen Duitsland. De vraag stelt zich of deze uitspraken er niet toe leiden dat tabloids en paparazzi een te groot schild krijgen in de vorm van het "debat van algemeen belang-criterium" om zich achter te verschuilen, en zich bijgevolg meer en meer inmengen in het privéleven van beroemdheden.

Lees hier het volledige arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (.pdf):
Judgment von Hannover (no. 3) v. Germany - National courts respected private life of Caroline von Hannover